
WILLEMSTAD – Het Nederlandse ministerie van Financiën start op Curaçao een pilot met tien schuldhulpverleningstrajecten voor gedupeerde ouders van de toeslagenaffaire. De trajecten worden uitgevoerd in samenwerking met Stichting Schuldsanering & Bewindvoering Curaçao en vormen de eerste concrete uitwerking van een gisteren ondertekende intentieverklaring.
Volgens de Nederlandse staatsecretaris Sandra Palmen is bewust gekozen voor een beperkte start. “We moeten hier andere voorzieningen treffen dan in Europees Nederland. Daarom beginnen we met een pilot, zodat we kunnen beoordelen wat werkt en wat niet,” zegt zij. De tien trajecten dienen als toets voor de kwaliteit van de begeleiding, de samenwerking in de uitvoering en de mate waarin afspraken worden nagekomen.
De pilot is nadrukkelijk geen definitieve samenwerking. Op basis van de evaluatie besluit het ministerie of de samenwerking wordt voortgezet, aangepast of beëindigd. Ook blijft het starten van een nieuwe aanbestedingsprocedure een optie. “Het is belangrijk dat we zorgvuldig handelen, juist omdat het gaat om mensen die al zwaar zijn getroffen,” aldus Palmen.
De staatssecretaris wijst erop dat gedupeerde ouders op Curaçao in een andere positie verkeren dan in Nederland, omdat zij onder het Curaçaose belasting- en sociale zekerheidsstelsel vallen. Waar in Nederland gemeenten een centrale rol spelen in de brede ondersteuning, gebeurt dat op Curaçao via het Ondersteuningsteam Buitenland (OTB) en via samenwerking met lokale maatschappelijke organisaties. “Die kennen de lokale problematiek, de geldverstrekkers en de schuldeisers. Die kennis is essentieel,” zegt Palmen.
Aanvullende ondersteuning
Op Curaçao zijn momenteel circa 275 gezinnen officieel erkend als gedupeerd en in beeld bij de ondersteuning. De financiële compensatie is grotendeels afgerond, maar aanvullende ondersteuning op leefgebieden zoals schulden, werk en welzijn loopt nog. Met de pilot wil het ministerie onderzoeken hoe die ondersteuning lokaal effectiever kan worden ingericht.
Palmen sprak deze week met gedupeerde ouders en met vertegenwoordigers van de Curaçaose overheid. De bevindingen en afspraken neemt zij mee terug naar Nederland voor vervolgafspraken met betrokken ministeries.




































